Kimelaha Rubohongi
De opdracht van Babullah
Toen sultan Hairun werd vermoord, begon mijn strijd. Babullah, zijn zoon, werd onze sultan.
Hij zei: “Rubohongi, jij kent de zee. Jij leidt onze vloot. Ga naar Hoamoal.” Ik knikte. Ik had geen woorden nodig. Alleen wind en richting.
Een familielid van mij had al eerder op Hoamoal een nieuwe hoofdplaats laten bouwen. Die hoofdplaats heet Luhu. Weet je waarom wij ons vanuit Ternate hier op Hoamoal vestigden? Omdat hier ook kruidnagelbomen groeien. Wij willen dat Ternate de baas blijft over de kruidnagelhandel. En nu ben ik de bestuurder van Hoamoal.
Samen met mijn zonen bouwde ik een vloot. Wij noemen onze schepen kora-kora’s. Mijn kora-koragrote oorlogsprauw met uitleggers, voortbewogen door pagaaien Meer ziet eruit als een draak: een grote drakenkop voor en een drakenstaart achter. Zestig peddelaars. Plons, plons, steeds hetzelfde ritme. We zijn met onze oorlogsvloot op weg naar het dorp Hualoi. Om hen te helpen in hun strijd tegen het dorp naast hen.
We hebben veel bondgenoten in dit gebied: Hituzeven Meer op het eiland Ambon en ook de noordelijke delen van de eilanden naast Ambon: Haruku en Saparua.
“Tuan Kimelahaedelman Meer?” Een jonge man staat achter me. Hij buigt diep. “Met alle respect, mag ik iets vragen?”
Ik knik.
“Wat geeft u, op uw hoge leeftijd, nog de kracht om ons te leiden?”
Ik glimlach: “Omdat ik weet wanneer de wind keert.”
De jonge man knikt langzaam, met het hoofd gebogen. “En … voelt u ooit angst, Tuan?”
“Altijd”, zeg ik. “Maar ik laat angst niet bepalen wat ik doe.”

Time’s up

Samen tegen de Portugezen
Blog 3, 1583. Nu ik ouder ben, kijk ik met trots terug op wat ik bereikt heb. Als sultan van Ternate heb ik gevochten, gebouwd en verbonden. Mijn rijk strekt zich uit van Sulawesi tot Nieuw-Guinea.

De aanval bij Hualoi
Blog 2, ca. 1585. We zijn bijna bij Hualoi. Mijn twee zonen zijn daar al. Maar er gebeurt iets verschrikkelijks!