Kapitan Jonker
Kapitein van de compagnie Ambonezen
Boem, boem, boem. Op het ritme van trommels marcheren mijn mannen en ik kasteel Victoria uit. Het is een feestelijke dag. We houden een optocht op het veld voor het kasteel. Bewoners uit de wijken rond het kasteel staan nieuwsgierig naar ons te kijken. We zijn met vijf compagnieën. Dat zijn vijf groepen van ongeveer zestig man.
Ik ben kapitein van de compagnie Ambonezen. Het publiek juicht als ze mijn compagnie zien. Mijn mannen zwaaien met hun wapens. In de ene hand een klewang, een zwaard. En in de andere hand een salawaku, een smal schild. Ze dansen en springen. Het lijkt bijna of ze echt aan het vechten zijn.
Tien jaar geleden ging ik in dienst bij de VOC. Toen woonde ik nog in een van de wijken naast kasteel Victoria, hier op het eiland Ambon. Daarna ben ik met het leger meegegaan naar eilanden hier ver vandaan. Ceylon, Sumatra en over een paar weken gaan we naar Makassar. Het mooie uniform dat ik vandaag draag, is een beloning van de VOC omdat ik aan al die gevechten meedeed.
“Mannen, halt”, roep ik. Mijn compagnie stopt voor het podium. Daar zitten allemaal belangrijke mensen. Ik til mijn klewang omhoog en wacht tot het stil wordt. Dan zeg ik luid: “Ik verklaar dat ik trouw ben aan de VOC.”
Vraag:
Kun je op de tekening hierboven aanwijzen waar kasteel Victoria ligt? Het is een gebouw aan de kust. Het kasteel heeft vier bastions, een soort puntige hoeken. Daardoor lijkt het op een ster.