Samen tegen de Portugezen

Ik ben weer op weg met mijn vloot. Het is me gelukt om veel bondgenoten samen te brengen die mij steunen: wel drieduizend strijders uit Ternate, Hitu, Java en Banda. We belegeren het Portugese fort Nossa Senhora op Ambon.

“Tuan Kimelaha”, zegt de jongen naast me zacht. “U bent ouder dan mijn grootvader.”
“En toch sta ik hier”, antwoord ik.
“Mag ik vragen waarom, Tuan?”
“Omdat ik zonen heb verloren. Omdat ik nog adem. En omdat zij mij riepen.”

De strijd begint goed voor ons. In een gevecht op zee verwoesten wij een Portugees schip. En we dwingen de Portugezen en hun bondgenoten om zich terug te trekken in hun fort. Ook vallen we hen aan op Haruku en Saparua.
Maar toch … de Portugezen helemaal verjagen lukt niet.
Ik vecht tot ik niet meer kan.
Straks nemen anderen het over.
De strijd gaat door.

Nossa Senhora da Anunciada, het Portugese fort op Ambon
Kimelaha Rubohongi

De aanval bij Hualoi

Blog 2, ca. 1585. We zijn bijna bij Hualoi. Mijn twee zonen zijn daar al. Maar er gebeurt iets verschrikkelijks!

Kimelaha Rubohongi

De opdracht van Babullah

Blog 1, ca. 1585. Met mijn vloot ben ik op weg naar Hualoi, een dorp aan de zuidkust van Seram. Ze hebben daar een conflict met hun buurdorp.