Monia Latuarima
Overwinning op de Nederlanders
Hijgend komt Kasim aangerend. “Monia, de Nederlanders komen eraan! Ze zijn al halverwege de berg.” Ik schrik. “Zo dichtbij al? Kasim, hoe kan dat? De paden op onze berg zijn smal en kronkelig. Vreemden kunnen de weg naar boven toch niet vinden?” Kasim legt uit: “Ik was aan het vissen op het strand toen ik VOC-soldaten tegenkwam. Ze gaven me een zak rijst. Die nam ik mee naar boven. Maar bij de poort van het fort zag ik dat er een gaatje in de zak zat. Er moeten rijstkorrels uit de zak gevallen zijn toen ik naar boven liep. Zo konden de Nederlanders mijn spoor volgen.”
Ik voel mijn hart sneller kloppen. Vlug roep ik onze Alaka-strijders bij elkaar. Eén groep vult de kokosnootdoppen met as. De andere groep gaat klaarstaan bij de boomstammen die we gisteren hebben omgehakt. Ze liggen met touwen vastgebonden bovenaan de steile helling. “Kom pas in actie als ik jullie een teken geef”, zeg ik. Gespannen wachten we af. “Daar zijn ze”, roep ik. “Bukken! Ze mogen ons niet zien.” Ik wacht nog even… “Ja, nu! Gooi de kokosnoten naar beneden! Hak de touwen van de boomstammen door!” Mijn plan werkt! Wolken as dwarrelen door de lucht, alsof er ineens een dikke, grijze mist hangt. De Nederlanders kunnen niets meer zien. Dan rollen de zware boomstammen met donderend lawaai naar beneden. Sneller en sneller. Ze verpletteren de Nederlanders en slepen hen mee naar beneden. Daarna ren ik met mijn strijders naar beneden. We vechten door, net zo lang tot er niemand meer terugvecht.
Eindelijk is het stil. We halen opgelucht adem en gaan terug naar boven om feest te vieren. “Monia, je bent voor altijd onze heldin!”, roept Kasim.

Time’s up

Geef mij je broek maar
Blog 1, 1637. De kapitans van Haruku hebben de Nederlanders verjaagd. Maar ze komen vast terug. Ik ga mijn vader opvolgen als aanvoerder.