Noah
Geen gewoon dagje uit
Vandaag ben ik met oma en mijn zusje Elisa in Hoorn. Gezellig hoor, met z’n drieën. Maar eh… het is geen gewoon dagje uit. Oma wil ons iets laten zien. Dat komt omdat ik oma laatst vroeg hoe het nou verder ging met Kimelahaedelman Meer Rubohongi en zijn strijd tegen de Portugezen. Dat heftige verhaal van Rubohongi bleef echt in mijn hoofd hangen!
Oma begon: “In die tijd kwamen de Nederlanders bij de Molukken aan. De Molukse leiders vroegen de Nederlanders om mee te vechten tegen de Portugezen. Toen zijn de Portugezen verslagen. Maar daarna veranderde alles.” Oma keek zo boos. “Hoe dan?”, vroeg ik. Oma zuchtte: “Dat is een pijnlijke geschiedenis. Maar jullie generatie moet ook weten wat er toen allemaal gebeurd is. Weet je wat: ik neem jullie mee naar Hoorn. Vraag of Elisa ook meegaat.”
En nu staan we hier dus, op een plein voor een huge standbeeld. Elisa leest: “Jan Pietersz Coen 1587-1629.” Van Coen heb ik wel eens gehoord. “Eigenlijk is het Pieterszóón”, zeg ik. Het beeld is zó hoog dat we de man niet eens goed kunnen zien. Nou zeg, ik moet mijn hoofd helemaal in mijn nek leggen. “Noah, til me op!”, roept Elisa.
Oma gaat helemaal in juf-modus: “Jullie leren op school vast wel over de VOC, de Verenigde Oost-Indische Compagnie? De VOC was het eerste internationale handelsbedrijf, waar Nederland trots op was. Maar toen ik jong was, maakten mijn vrienden en ik al duidelijk dat de VOC mensen vermoordde en tot slaaf maakte. Oom Willy Nanlohy organiseerde toen een indrukwekkend protest: Coen is geen held, maar moordenaar van onze mensen op de Banda-eilanden.”
Oma loopt om het beeld heen. “Kijk, nu staat het tenminste op dit bord.” Elisa staat op haar tenen. Ze probeert het bord te lezen. Oma helpt: “Onderaan staat: Onomstreden is het standbeeld niet. Volgens critici verdient Coens gewelddadige handelspolitiek in de Indische archipel geen eerbetoon. Dat betekent dat sommige mensen vinden dat Coen geen standbeeld verdient omdat hij veel geweld gebruikte.”
Ik pak meteen mijn telefoon en zoek op ‘Willy Nanlohy’. Yes, gevonden! “Oma, kijk: een krantenfoto uit 1987! Is dit oom Willy?” Oma kijkt verrast: “Ja, dat is hij! In Alfoerse kleding. Wat fantastisch!” Ze slaat een arm om mij en Elisa heen. “Blijf ons verhaal vertellen. Het is nog steeds nodig dat iedereen dit weet.” Ik knik. Natuurlijk. Oma kan op mij rekenen.
(Bron: Limburgs Dagblad, 20-5-1987)
Vraag:
Er is nog steeds discussie over dit standbeeld van J.P. Coen. Tegenstanders vinden dat dit standbeeld niet op een plein in de openbare ruimte mag staan. Zij stellen voor om het te verplaatsen naar een museum. Voorstanders vinden dat dit standbeeld wel in de openbare ruimte mag blijven staan. Zij zeggen dat Coen hoort bij de geschiedenis van Hoorn.
Wat vind jij? Kun je een oplossing bedenken?

Stoere vrouwen
Elisa vraagt of ik ook verhalen van Molukse heldinnen in mijn blogs ga vertellen. Tuurlijk! Ben benieuwd of jullie Monia Latuarima kennen.

Vriend of vijand
Ik ga oma vragen hoe het verder ging met de Portugezen op de Molukken. Djamilu Nusatapi zei toch dat hij zich zorgen maakte?

Portugezen naar de Molukken
Meneer Baharullah vertelde dat zieke mensen vroeger specerijen aten om weer beter te worden. Huh, echt waar? Dus spekkoek is eigenlijk supergezond? Yes, geef mij dan maar een heel groot stuk!