Geef mij je broek maar

Al jaren proberen de Nederlanders ons eiland te veroveren. Nu zijn ze gekomen met een heleboel boten. Wel tien kora-kora’s met wel duizend mannen! Mijn vader, kapitan Mahupessy, en de andere kapitans van onze Uli Hatuhaha hadden zich goed voorbereid. Ieder verdedigde een stuk van ons eiland. En kwam zelfs een kapitan van het buureiland Saparua helpen. Overal klonken strijdkreten. Overal werd gevochten. De strijd was heel heftig! 

Wij, de Alaka-strijders, hebben gewonnen: onze mannen hebben de Nederlanders verjaagd. Je denkt misschien dat we nu de overwinning vieren, maar dat is niet zo. De mannen vertelden me dat mijn vader niet meer terugkomt. Hij was de belangrijkste leider, stond vooraan in de gevechten en is gedood. Nu ben ik erg verdrietig. En weet je: de strijd is niet voorbij. De Nederlanders komen zeker terug. Ze zullen ons opnieuw aanvallen. 

Dat laat ik niet gebeuren! Daarom moet ik nu sterk zijn. Ik ga de taak van mijn vader overnemen. Onze strijders moeten zich gaan voorbereiden en ik weet hoe! Ik heb een plan hoe we ons fort kunnen verdedigen. Ik klim op de muur van het fort en begin te zingen:

Malonae, imi piri imi teita wa ala mau wake-eru. 

Mai-mai Upu mai mai jama, 

mai isahu rotominaksi 

mai itoto sairau reri 

ehenala iteka adatau maheri.

Hé soldaten, geef mij je broek maar, dan trek ik hem aan! 

Kom vaders, kom broeders, 

voorwaarts in groten getale. 

Kom, sla het VOC-vaandel terug 

opdat onze adat en godsdienst niet worden vernietigd!

Goed zo, iedereen kijkt naar mij. “Kom op, mannen!” roep ik. “Ik, Monia Latuarima, zal jullie aanvoerder zijn! Volg mij. Ik heb een plan.” Gelukkig! De mannen accepteren het en lopen met me mee. Ze snappen nog niet precies wat ik van plan ben, maar dat leg ik hun zo wel uit. We gaan samen lege kokosnootdoppen verzamelen en een heleboel grote, dikke bomen omhakken die naast het fort staan. Iedereen werkt hard. We voelen allemaal hoe weinig tijd we hebben. Als de Nederlanders terugkomen, zijn wij er klaar voor!

Vraag:

Monia en de Alaka-strijders bereiden zich in hun fort op de berg voor op een nieuwe aanval van de Nederlanders. Monia heeft een plan. Ze laat de mannen kokosnootdoppen verzamelen en bomen omhakken. Wat gaan ze daarmee doen, denk je?