Hasan Soleiman
Verzet en veroveringen
Mijn vader Abdul Rahman was imam van het dorp Hila. Hij was ook handelaar.
Hij kocht producten op Seram en verkocht die op Hitu. De mensen betaalden hem met geld of kruidnagels. Die verkocht hij weer aan de Compagnie.
Zo kreeg hij veel geld.
Met dat geld begon hij nieuwe ondernemingen, zoals een houtzagerij die levert aan de VOC.
Maar dan komt de ramp van 1674.
Een aardbeving en een grote vloedgolf treffen de kust. Veel mensen komen om.
Mijn vader komt om.
Na zijn dood zet ik zijn werk voort.
Ik word imam van Hila. Mensen komen naar mij toe voor advies.
Langzaam neem ik taken over van de vroegere Kapitan van Hitu.
De Nederlanders van de VOC zien dat ook.
En zij houden mij in de gaten.
Vorig jaar, 1679, kwam er een gezant naar Hila: Jan Patilima. Hij bracht een brief van de sultan van Ternate.
De sultan wilde een opstand beginnen tegen de VOC.
Dat is gevaarlijk.
Ik antwoordde voorzichtig.
Niet lang daarna werd Jan Patilima opgepakt en terechtgesteld.
Vanaf dat moment wantrouwt de VOC mij steeds meer.
Er wordt overwogen om mij naar Batavia te sturen voor een rechtszaak.
Maar zover komt het niet.
De gouverneur besluit om mij niet te laten berechten.
Ze houden mij in de gaten.
Ze weten wie ik ben geworden.
Vraag
Wie brengt de brief van de sultan van Ternate naar Hasan Soleiman?
A. Jan Patilima
B. Sultan Nuku
C. De gouverneur van Ambon
Antwoord (achterstevoren)
amilitaP naJ