Kimelaha Madjira
Opstand tegen de sultan
In de verte kleurt de lucht grijs van de rook. Dat is een goed teken! Het betekent dat mijn strijders weer een handelspost van de VOC hebben vernietigd. Daar zijn ze. Terug in ons fort Loki. Ik vraag: “Mannen, hoe ging het?” De leider komt naar voren en vertelt: “De handelaren van de VOC hadden niet door dat we hun gebouwen omsingelden. Ze waren totaal verrast. Toen we hen aanvielen, renden ze in paniek alle kanten op. Zoals u ons had opgedragen, hebben we de handelspost volledig verwoest. We hebben alles in brand gestoken en de Nederlanders verslagen.”
Mijn strijders zijn goed bezig! De meeste handelsposten van de VOC hier op Hoamoal zijn nu verwoest. De stadhouders op eilanden hier in de buurt doen hetzelfde. Overal worden VOC-vestigingen veroverd en vernield. We strijden tegen de VOC maar ook tegen onze eigen sultan, sultan Mandarsjah. Want hij werkt samen met de VOC. Hij liet het gebeuren dat dorpen zich tot het christendom bekeerden. Hij gaf de Nederlanders zelfs het recht om over Hoamoal te regeren. Tja, wat stelt mijn functie als stadhouder hier dan nog voor? Daarom kwamen we een jaar geleden in opstand.
Ik blijf vechten tegen Mandarsjah en de VOC. En ik ga Makassar vragen om ons te steunen. Makassar is een machtig handelscentrum. Eerst wilde de sultan van Makassar niet meedoen aan de oorlog, maar nu vast wel. We moeten ons sterk maken, want de VOC zal zeker terugslaan.

Weg uit Hoamoal
Blog 2, 1657. Onze strijd liep uiteindelijk niet goed af. Maar ik heb het overleefd en kan jullie vertellen wat er gebeurd is.