Kapitan Hitu Kakiali
In verzet tegen Ternate en de VOC
Mijn vader Tepil had in 1605 een bondgenootschap gesloten met de VOC. Hij beloofde toen dat wij, de Hituezen, onze kruidnagelen alleen aan de VOC zouden verkopen. Ook hielp mijn vader vaak om ruzies op te lossen tussen de VOC en de Molukse bevolking.
In 1633 volgde ik mijn vader op als Kapitan Hitu. Ik ging het anders aanpakken. Geen samenwerking met de VOC! Ik vind dat Hitu zelfstandig moet zijn. We mogen zelf beslissen aan wie we onze specerijen verkopen! De leiders op Hoamoal denken daar net zo over. Hoamoal is een groot eiland ten noorden van Hitu. Deze leiders van Hoamoal werken als stadhouders voor de sultan van Ternate. Sultan Hamza van Ternate is nog steeds een bondgenoot van de VOC maar zijn stadhouders op Hoamoal zijn het niet meer met hem eens. Zij willen ook niet samenwerken met de VOC. Samen begonnen we een strijd tegen de VOC. Ik werd gevangengenomen, maar vorig jaar weer vrijgelaten.
Vandaag is er een vergadering in het handelskantoor van de VOC. Gouverneur-generaal Van Diemen is gekomen. Hij heeft een gesprek met sultan Hamza uit Ternate en de perdana’s van Hitu. Maar ik wil er niet bij zijn. Kom op zeg! Natuurlijk weiger ik om samen te werken met de VOC.
Ha, daar is imam Ridjali. Hij was aanwezig bij de vergadering en komt me vertellen wat er is besloten. Wat kijkt hij ernstig! Ridjali vertelt dat sultan Hamza de baas wil zijn over Hitu en de noordelijke delen van Haruku en Saparua. Dat heeft hij kunnen afspreken met gouverneur-generaal Van Diemen. In ruil daarvoor zal de VOC deze gebieden besturen. “Zo helpen ze elkaar”, zegt Ridjali.
“Dat hebben de perdana’s van Hitu toch niet geaccepteerd?” vraag ik boos. Ridjali zucht: “Toch wel, ze durven geen nee te zeggen.” Ik ben even stil. Maar dan voel ik de kracht weer door mijn lijf stromen. Hitu moet niet buigen voor de macht van anderen. Dat is laf! Ik ga sterke bondgenoten zoeken om met ons mee te strijden.